
VISION IN MOTION - MOTION IN VISION 14 juni 2008 - 16 november 2008 Zoals de Verbeke Foundation zelf in beweging is, tonen we bij deze tentoonstelling bewegende, kinetische kunst. Je zult er werken kunnen zien uit de vroege jaren vijftig (Jean Tinguely en Pol Bury) geconfronteerd met hedendaagse kunstenaars die met moderne technieken eveneens beweging in hun werk uitbeelden. Kunstobjecten bewegen al van in de oudheid. Het is pas sinds de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw dat kinetische kunst ook officieel werd bijgeschreven in de kunstgeschiedenis. En of ze nu motorisch worden aangedreven of door publiek of door natuurelementen worden beroerd: bewegende kunstwerken zijn sindsdien nooit meer weggeweest. KINETISCHE KUNST Geert Verbeke wil in zijn Verbeke Foundation een aantal belangrijke historische kinetische (kunst)werken opnieuw onder de aandacht van het publiek brengen: zo worden mechanische poppen van meer dan een eeuw oud in gang gezet, wordt aan de ingang van de Verbeke-site een enorme industriële kraan recht gezet en worden historische filmpjes van o.a. Man Ray, Walther Ruttmann en Maya Deren gedraaid. Tegelijk toont Geert Verbeke dat kinetische kunst springlevend is en een aantal belangrijke historische én eigentijdse vertegenwoordigers kent. Met de tentoonstellingstitel ‘Vision in Motion – Motion in Vision’ wil Verbeke uitdrukkelijk aansluiting zoeken bij de expo’s in Amsterdam en Antwerpen van bijna 50 jaar geleden. Met een resem kunstenaars die nu ‘kinetisch’ werken hoopt hij daarenboven de band tussen kunst en publiek nauwer aan te halen en het fenomeen tijd en ruimte beter te laten spelen. Of de kunstwerken nu draaien op een motor of digitaal worden aangestuurd; of ze nu snel of traag in gang worden gezet door de aanraking van een toeschouwer, de wind, het water of een biologisch afbraakproces; of ze nu opstarten door voorbij een elektrisch oog te lopen – het doet er allemaal niet toe. De zintuigen van de toeschouwers zullen worden getriggerd door een beeld, een lichtstraal, een geluid. KUNST BEWEEGT AL LANG In de geschiedenis van wetenschap en techniek duiken al vroeg objecten op die als kunst beschouwd mogen worden. Onze erfgoedmusea zitten vol met voorwerpen die vaak alleen al om hun bewegend karakter waardevol zijn: astrologische klokken, muziekdozen, speelgoed…
VISIONS IN MOTION Begin 20ste eeuw vinden we in de manifesten van futuristen als Gino Severini en Dadaïsten als Man Ray en Francis Picabia de eerste theoretische concepten die zouden leiden naar de kinetische kunst. Alexander Calder assembleert in de jaren ’30 zijn ‘mobiles’, vrij hangende kunstwerken die ook daadwerkelijk bewogen. In 1947 verscheen postuum het boek ‘Visions in Motion’ van László Moholy-Nagy (1895-1946), de Hongaars-Amerikaanse kunstenaar-professor die verbonden was aan de befaamde designschool Bauhaus in Weimar. In 1937 verhuisde hij naar Chicago waar hij het New Bauhaus stichtte. In werken als de draaiende ‘Light-Space Modulator’ (1930) en z’n boek ‘Visions in Motion’ onderzoekt Moholy-Nagy het verband tussen licht en beweging. Hij zet daarmee definitief de bakens uit voor wat medio de jaren ’50 zou uitgroeien tot een echte kunststroming: de ‘kinetische kunst’ met als boegbeelden Victor Vasarely en Jean Tinguely. G58 In de jaren 60 werd door de groep G58 in het Hessenhuis in Antwerpen een tentoonstelling georganiseerd met als thema kinetische kunst welke als titel had Vision in Motion. Medebezieler van deze tentoonstelling was Paul Van Hoeydonck.. In onze tentoonstelling is “in space man” te zien die in confrontatie gebracht werd met een hedendaagse kunstenaar Geoffrey De Beer, welke een esthetisch onderzoek voert naar de beeldende kunst van 50 jaar geleden. Paul Van Hoeydonck was de archeoloog van de toekomst en Geoffrey De Beer werkt retroactief 50 jaar terug. Deze twee werken vormen tevens de nieuwe start voor de tentoonstelling voor deze winter, die zal handelen over de eerst tentoonstelling van G58 en de tweede specifieke collagetentoonstelling uit 1952, destijds allebei in het Hessenhuis doorgegaan. G58-G59 MASS-AKKER > MOTION IN VISION De bewegende kunst kreeg ook in de Lage Landen heel wat aandacht. Zo liep in 1959 al een expo getiteld ‘Motion in Vision / Vision in Motion’ in het Antwerpse Hessenhuis met werk van Pol Bury, Yves Klein, Dieter Rot, Jesus Raphaël Soto, Daniel Spoeri, Jean Tinguely en Paul Van Hoeydonck. BEWOGEN BEWEGING De Zweedse tentoonstellingsmaker Pontus Hultén (1924-2006) – die trouwens het Museum Tinguely in Basel mee oprichtte - bracht in 1961 in het Amsterdamse Stedelijke Museum de spraakmakende tentoonstelling ‘Bewogen Beweging’. Dat was een omvattende show met kinetische kunstwerken van onder andere Daniel Spoerri en Jean Tinguely. KINETISCHE KUNST VANDAAG Stan Wannet (° 1977, Den Bosch) al meer dan een half jaar ‘artist in residence’ in de Verbeke Foundation, presenteert in Kemzeke een paar hyperintelligente hazen. De ene haas werkt als ‘verslaggever ter plaatse’ en typt z’n correspondentie uit op een antieke typemachine. De andere haas schrijft (!) met een pen in de poot een reeks wiskundige formules; ze kloppen als een bus maar worden meteen door de papierversnipperaar gedaaid. Wannet doorliep tot nu toe een merkwaardig parcours. Zo volgde hij na zijn opleiding als kunstenaar ook met succes een ingenieursopleiding. Voor de realisatie van zijn kunstwerken delegeert hij niks: hij maakt ontwerp en monteert zélf de chips, de robotica en de microprocessen in z’n kunstwerken en brengt ze samen in een sterk staaltje artificiële intelligentie. Wannet presenteert in Kemzeke ook nog een aantal opgezette cavia’s die rondjes rennen in een rad en daarmee een grote groene stroomcentrale draaiende houden. Een gelijkaardige cross-over kunstenaar die technisch vernuft en artistiek talent succesvol combineert is Bram Vreven (°1973, Gent). In een aantal ‘vloei-installaties’ wordt water in glazen reservoirs tot een verbluffende choreografie gebracht – waterdressuur van de bovenste plank. De Nederlandse kunstenaar Zoro Feigl (°1983, Amsterdam) is een beginnend talent die ‘à la façon de Tinguely’ de dingen simpelweg doet bewegen. In Kemzeke bricoleert hij lange repen touw aan elkaar. Met een compressor ‘zet’ hij beweging in de touwen. Hij plant in Kemzeke ook nog een vistrap waarin forellen omhoog zullen zwemmen. Bosch & Simons zijn twee Nederlanders die nu in Spanje wonen en al sinds de jaren 1990 zogenaamde autonome ‘muziekmachines’ bouwen . In de Verbeke Foundation wordt ‘Krachtgever’ uit 1998 opgezet. 56 kisten staan op elkaar gestapeld en zijn met elkaar verbonden door spiraalveren. De installatie wordt aangedreven door trilmotoren. In de kisten zitten telkens verschillende materialen. Zelf noemen ze het ‘klankstapelingen’ die bij beweging qua sterkte, timbre en ritmiek variëren van subtiel tot zeer krachtig, van ordelijk tot chaotisch. DYLABY In de grote loods werd daarvoor ook een DYLABY (samentrekking van dynamisch labyrinth): een ruimte omgebouwd tot een doolhof, waarin verschillende kunstenaars bewegende objecten hebben binnengebracht, zoals in de historische tentoonstelling uit 1962 in het Stedelijk museum in Amsterdam. Ook nu weer staat een historisch belangrijk kunstenaar centraal in de tentoonstelling: Raphaël August Opstaele (°1934, Leffinge). De komende weken en maanden zullen zijn kinetische werken een permanent onderkomen krijgen in Verbeke Foundation; onder andere de ‘Pioneer’ uit 1980. Dat is een enorme, verplaatsbare houten drukpers die poëtische slogans drukt en aangedreven wordt door zonne-energie. Opstaele stond in ware happeningstijl aan de wieg van de ecologische en sociaal-geëngageerde groep ‘Mass And Individual Moving’. Hij trok met zijn confraters de straat op, weg uit de musea. In 1972 realiseerde hij op de Biënnale van Venetië het ‘Butterfly Project’ waarbij 10.000 vlinders werden losgelaten op het San Marco-plein. Latere werken werden mechanischer, maar daarom nog niet minder utopisch en hemelbestormend. Met zeven metalen antropomorfe wezens struinde Opstaele een aantal Europese steden af. Deze ‘Helden van de Grote Paradox’ (1987-1988) kaderen in Opstaeles ‘Mecano-Art’ en tonen ook in de Verbeke Foundation hun paradoxale kracht. Ze zijn sterk, gevaarlijk en beweeglijk, maar ze zijn tegelijk hoogmoedig, nemen geen bochten en lopen zich te pletter tegen muren of ze stappen naar hun ondergang op de bodem van de vijver bij Verbeke. Opstaeles ‘Wereldwindorgel’ uit 1985 is een rondreizend klankmonument voor het produceren van openbare concerten met windenergie. 72 gigantische bamboestokken van elk 6 meter hoog worden door de wind bespeeld. De toeschouwer kan door dit aeologisch bos wandelen en tot rust komen. PERFORMANCES Op de openingsavond werden poëtische slogans gedrukt met een drukpers op zonne-energie van Raphaël A. Opstaele, werden door Michiel Van Overbeek crucifixen in de vijver gemikt met een enorme katapult en was er een indrukwekkende multimediale performance door Steffie Van Cauter. |
Krachtgever - Peter Bosch & Simone Simons
Van een van onze verslaggevers - Stan Wannet
FLOW II - Bram Vreven
|